De minder bewandelde weg: op zoek naar verborgen pareltjes in Italië
Italië is wereldberoemd om zijn historische steden en ansichtkaartwaardige bezienswaardigheden – maar achter de drukke pleinen van Rome en Venetië schuilt een heel ander Italië. Via rustige landweggetjes en langs minder bezochte kuststroken vind je verborgen pareltjes in Italië die erop wachten om ontdekt te worden. Dit zijn de middeleeuwse dorpjes, ongerepte stranden en slaperige historische stadjes die veel toeristen over het hoofd zien. Van een renaissancestadje in het noorden dat doet denken aan ‘Doornroosje’ tot stranden met turkoois water in het uiterste zuiden: de minder bekende bestemmingen van Italië bieden een rijke cultuur en authentieke ervaringen zonder de drukte. Naar deze plekken reizen is makkelijker dan je misschien denkt (ja, er zijn zelfs in de kleine stadjes treinen en hostels!), en de beloning is een persoonlijkere band met het Italiaanse leven. Dus, als je klaar bent om buiten de gebaande toeristische paden te treden, pak dan je zin in avontuur in en laten we ons onderdompelen in de mooiste, onontdekte schatten van Italië!
Mantova, Lombardije – Renaissancegeschiedenis zonder de drukte

Mantua (Mantova), verscholen in het noorden van Italië, is een juweeltje uit de renaissance dat vaak over het hoofd wordt gezien door reizigers die zich haasten tussen Milaan en Venetië. Italianen noemen Mantua liefkozend La Bella Addormentata, oftewel ‘Doornroosje’, omdat de stad al eeuwenlang betoverend onveranderd is gebleven. Omringd door drie meren die een natuurlijke gracht vormen, lijkt de skyline van Mantova, met zijn kasteeltorentjes en koepels, op het water te drijven – een aanblik die plotseling in het oog springt wanneer je bij zonsopgang de bruggen over de meren oversteekt. Deze kleine stad was de machtige zetel van de familie Gonzaga, en de geplaveide straten en statige paleizen fluisteren verhalen over middeleeuwse en renaissancistische glorie.
Locatie
Lombardije, Noord-Italië – ongeveer 40 km ten zuiden van het Gardameer en Verona. Mantua ligt aan de rivier de Mincio, omringd door meren. Het is een compacte stad waar je in 20 minuten van het ene uiteinde van het door UNESCO beschermde historische centrum naar het andere kunt lopen.
Hoe kom je er?
Goede verbindingen per trein en over de weg. Er rijden rechtstreekse treinen vanuit Milaan (2 uur) en Verona (45 minuten) naar het station van Mantua. Met de auto is het ongeveer 2,5 uur rijden vanuit Venetië. Het stadscentrum is grotendeels autovrij, dus parkeer buiten het centrum en verken de stad te voet of op de fiets (fietsverhuur is hier populair).
Wat is er te doen
Palazzo Ducale: Verken het uitgestrekte Gonzaga-paleis, een „stad in de stad“ met 500 kamers vol kunstmeesterwerken en met fresco’s versierde zalen. Mis vooral de Bruidskamer (Camera degli Sposi) niet, met de prachtige 15e-eeuwse fresco’s van Mantegna, en dwaal door de binnenplaatsen en tuinen van het paleis terwijl je je het leven aan het hof voorstelt.
Palazzo Te: Bewonder de maniëristische kunst in deze pleziervilla aan de rand van de stad. De Zaal van de Reuzen zal je versteld doen staan – de hele ruimte is van vloer tot plafond beschilderd met mythologische taferelen die om je heen lijken te tuimelen.
Wandeling langs het meer: Wandel in de late namiddag langs het Piazza Sordello en het Piazza delle Erbe en ga vervolgens naar het park aan het meer. Terwijl de zon ondergaat boven het Lago Inferiore, is het silhouet van de skyline van Mantua, weerspiegeld in het water, pure magie. Sluit je aan bij de lokale bevolking voor een ontspannen passeggiata en geniet misschien van een aperitivo spritz in een café met uitzicht.
Budget-tip
Mantua is heerlijk betaalbaar in vergelijking met de grote steden van Italië. Veel bezienswaardigheden (zoals kerken en locaties in de open lucht) zijn gratis of goedkoop. Je kunt in kleine trattoria’s genieten van de beroemde lokale keuken – denk aan pompoentortelli en hartige risotto – zonder dat je daarvoor diep in de buidel hoeft te tasten. Voor een verblijf met een uitstekende prijs-kwaliteitverhouding kun je het plaatselijke hostel overwegen. Mantua Hostal is gevestigd in een gerenoveerd 18e-eeuws gebouw midden in het stadscentrum, met een inrichting waarin vintage en modern samenkomen en zelfs een terras met uitzicht op de Basilica di Sant’Andrea. Het biedt een vriendelijke, multiculturele sfeer (gemeenschappelijke ruimte met bordspellen en een laptopvriendelijke hoek), perfect om medereizigers te ontmoeten.
Overnachtingsmogelijkheden in de buurt – Mantua Hostal (Mantova)
Dit kleine, gezellige hostel is gevestigd in een 18e-eeuws gebouw in het historische centrum van Mantua. Er heerst een warme, gezellige sfeer – op de bovenste verdieping is een lounge met banken, bordspellen en zelfs een terras waar je uitkijkt op de koepel van de Sant’Andrea. Je bevindt je op 5 minuten lopen van alle bezienswaardigheden, en de vintage inrichting geeft het hostel een gezellig karakter. Het is de perfecte budgetuitvalsbasis om de charme van Mantua van dichtbij te beleven.
Mantua voelt aan als een tijdcapsule uit de Renaissance – vaak over het hoofd gezien door buitenlandse bezoekers, maar boordevol kunst, cultuur en lokaal leven. Als je over de rustige, met portieken omzoomde pleinen slentert, vraag je je misschien af hoe deze ‘meest leefbare stad van Italië’ onder de radar is gebleven. Maar dat is juist de magie van Mantua: je hebt een Italiaanse culturele schat helemaal voor jezelf.
Camogli, Ligurië – Een kleurrijk kustdorpje dat door de tijd onberoerd is gebleven

Aan de Italiaanse Rivièra, slechts een paar treinstations voorbij de drukte van Cinque Terre en Portofino, ligt Camogli, een schilderachtig vissersdorpje dat heerlijk onopvallend is gebleven. Met zijn hoge, pastelkleurige huizen langs de haven en houten vissersboten die dobberen in de Ligurische Zee is Camogli net zo fotogeniek als zijn beroemde buren – maar er zijn veel minder toeristen. De naam van het stadje betekent letterlijk ‘huis van de vrouwen’ en verwijst naar de gezinnen van de zeelieden die de huizen onderhielden terwijl de mannen op zee waren. Tegenwoordig trekken het kiezelstrand, de promenades langs het water en het oude kasteel van Camogli vooral Italiaanse gezinnen en goed geïnformeerde backpackers aan. Het is het soort plek waar je kunt genieten van focaccia van een lokale bakkerij, een praatje kunt maken met vriendelijke winkeliers en de sfeer van een traditioneel vissersdorpje kunt proeven die grotere vakantieoorden hebben verloren.
Locatie
Regio Ligurië (noordwestkust), op het schiereiland Portofino. Camogli ligt ongeveer 25 km ten oosten van Genua. Het kijkt uit over de Golfo Paradiso en wordt omringd door groene heuvels. Vlak naast Camogli (letterlijk aan de andere kant van het schiereiland) ligt het chique Portofino, maar Camogli zelf is wat rustiger.
Hoe kom je er
Neem een regionale trein vanuit Genua (Genova) langs de kustlijn – de rit duurt ongeveer 30 minuten. Camogli heeft een eigen treinstation op korte loopafstand van de kust. Vanuit de Cinque Terre-richting doen treinen vanuit La Spezia er ongeveer 1 uur over. In de zomer kun je ook met de boot of veerboot vanuit Genua of andere plaatsen aan de Rivièra komen. Het dorp is compact, dus een auto is niet nodig (en parkeren is lastig).
Wat is er te doen
Kustpromenade & strand: Maak een wandeling over de lungomare (kustpromenade) met zijn vele ijssalons en trattoria’s. Ontspan op het lange kiezelstrand van Camogli – de toegang is gratis en op sommige stukken kun je desgewenst een ligbed huren. Het water is helder en ideaal om in te zwemmen op warme dagen. Maak zeker een foto van de rij hoge, kleurrijke gebouwen vanaf het strand – hun verweerde pastelkleurige verf en groene luiken zijn typisch Ligurisch.
Castello della Dragonara: Beklim dit kleine middeleeuwse kasteel op een rotsachtige uitloper boven de haven. Oorspronkelijk gebouwd ter bescherming tegen piraten, biedt het tegenwoordig een panoramisch uitzicht over de baai van Camogli en wordt het soms gebruikt voor kunsttentoonstellingen. Onder het kasteel beuken de golven tegen de rotsen – een indrukwekkende plek om de zonsondergang te bekijken.
Abdij van San Fruttuoso (dagtrip): Neem de boot (of maak een wandeling) naar het nabijgelegen San Fruttuoso, een kleine inham die alleen via zee of een wandelpad bereikbaar is. Verscholen tussen met dennenbomen begroeide kliffen vind je een 10e-eeuwse abdij direct aan een kiezelstrand en het bronzen beeld ‘Christus van de Afgrond’ dat in de baai ligt. Boten vertrekken vanuit de haven van Camogli en bereiken deze idyllische plek in ongeveer 30 minuten – het is een verborgen parel op zich, perfect voor een picknick en een duik in het smaragdgroene water.
Budget-tip
In vergelijking met de chique resorts van Portofino is Camogli een stuk betaalbaarder. Geniet van lokaal straatvoedsel – gloeiend hete farinata (kikkererwtenpannenkoek) of een stukje focaccia met kaas – voor slechts een paar euro. Als je meerdere Ligurische stadjes bezoekt, kun je geld besparen door de goedkope regionale trein of veerboten te nemen in plaats van dure taxi’s of rondvaartboten.
Overnachtingsmogelijkheden in de buurt – Ostello Bello Genova (Genua)

Camogli zelf heeft maar weinig accommodaties voor backpackers, maar geen zorgen – de bruisende havenstad Genua ligt op slechts een half uur afstand en is een uitstekende uitvalsbasis. Ostello Bello Genova is een hooggewaardeerd hostel in het hart van Genua. Het staat bekend om zijn gezellige sfeer: denk aan dagelijkse gezamenlijke avondmaaltijden, livemuziek en zelfs karaoke in een levendige gemeenschappelijke ruimte. Er is een dakterras met hangmatten en een tuin waar je lekker kunt ontspannen na een dagtrip naar de kust. Met gratis wifi, een bar die 24/7 open is en een ligging op 5 minuten van het centraal station is het zowel handig als boordevol plezier. Veel reizigers gebruiken het als uitvalsbasis om ’s avonds de historische steegjes van Genua te verkennen en overdag de verborgen pareltjes van Ligurië (zoals Camogli).
Camogli herinnert je eraan dat je zelfs langs een van de meest toeristische kusten van Italië rust kunt vinden. Hier stelen Cinque Terre en Portofino misschien de show, maar Camogli steelt je hart met zijn authentieke charme. Het is een gemakkelijke ‘geheime’ tussenstop om toe te voegen als je van kustplaatsjes houdt, maar ze liever zonder de drukte bezoekt. Breng een luie middag door aan de haven met een romig pistache-ijsje, en je zult begrijpen waarom Camogli een geliefd Italiaans uitje blijft, dat stilletjes schittert net buiten de schijnwerpers.
Orta San Giulio, Piemonte – Een sprookjesachtig uitje aan het meer

Het Comomeer en het Lago Maggiore genieten internationale bekendheid, maar het kleine Ortameer in Piemonte bezit een bijzondere, bijna geheime magie. De parel van dit meer is Orta San Giulio, dat vaak wordt geprezen als een van de mooiste dorpjes van Italië. Als je in Orta aankomt, voelt het alsof je een sprookje binnenstapt: smalle steegjes leiden naar een vredige oever, waar een eilandklooster mystiek midden in het meer ligt. Met zijn middeleeuwse gebouwen in pasteltinten, met bloemen versierde balkons en de afwezigheid van auto’s in het historische centrum straalt Orta San Giulio romantiek en rust uit. Schrijvers als Balzac waren vol lof over de schoonheid van Orta, maar zelfs vandaag de dag blijft het hier heerlijk rustig in vergelijking met de grotere meren. Als je op zoek bent naar een rustig toevluchtsoord met een vleugje sprookjesachtige charme, dan is Orta de verborgen parel voor jou.
Locatie
De regio Piemonte (Piemonte), in het noordwesten van Italië. Het dorpje Orta San Giulio ligt op een schiereiland aan de oostelijke oever van het Ortameer, ongeveer 80 km ten noordwesten van Milaan. Het meer ligt ten westen van het grotere Lago Maggiore. Het is een klein stadje – je kunt het in 15 minuten van het ene naar het andere uiteinde lopen – en het centrum is grotendeels autovrij.
Hoe kom je er
Neem vanuit Milaan de trein richting Domodossola en stap uit bij station Orta-Miasino (ongeveer 1,5 uur). Vervolgens is het nog 3 km met de taxi of bus naar het dorp (of een mooie wandeling bergafwaarts als je met weinig bagage reist). Je kunt ook de trein naar het nabijgelegen Pettenasco nemen of de bus vanuit Novara. Met de auto ligt Orta op ongeveer 1,5 uur rijden van Milaan – parkeer op de daarvoor bestemde parkeerterreinen boven het dorp, want in het oude centrum zijn auto’s niet toegestaan.
Wat is er te doen?
Isola San Giulio: Neem de korte veerboot (5 minuten) naar het eiland San Giulio, dat midden in het meer ligt. Op het eiland staan een oude basiliek en een nog steeds in gebruik zijnd klooster. Wandel over het pad ‘Way of Silence’ dat rond het eiland loopt, geflankeerd door oude muren en plaquettes met citaten die aanzetten tot stille bezinning. Het is een vredige plek waar het luidste geluid vaak slechts het kabbelen van het water is.
Sacro Monte di Orta: Wandel of rijd naar de heuvel boven het stadje om deze door UNESCO erkende Heilige Berg te bezoeken. Het is een religieus complex van 20 kapellen uit de 17e eeuw, elk gevuld met beelden en fresco’s die het leven van Sint-Franciscus uitbeelden. Naast de spirituele kunst biedt de heuveltop adembenemende panorama’s over het Ortameer en het dorp beneden – de klim is echt de moeite waard. Neem een picknick mee; op het terrein staan tal van schaduwrijke bankjes met uitzicht.
Piazza Motta: Terug in het centrum van Orta kun je ontspannen op het charmante hoofdplein aan het meer. Geniet van een espresso of een aperitivo spritz in een café onder de arcaden van het 16e-eeuwse Palazzotto (stadhuis). Op woensdag vindt er op het plein een levendige openluchtmarkt plaats – een geweldige kans om lokale kazen, honing en handgemaakte producten uit de omliggende valleien te kopen.
Budget-tip
De geneugten van Orta San Giulio zijn eenvoudig (en goedkoop!) – geniet van gratis activiteiten zoals zwemmen in het heldere water van het meer of wandelen over schilderachtige paden rond het meer. In plaats van dure rondvaarten over het meer kun je beter de goedkope veerboten nemen die de lokale bevolking gebruikt tussen Orta, het eiland en de kustdorpen. Je kunt ook geld besparen door net buiten het dorp te verblijven en er naartoe te lopen; verschillende B&B’s en kleine hostels in de omgeving bieden lagere tarieven dan accommodaties direct aan het water.
Waar te verblijven in de buurt – Piccolo Hotel Olina (Orta San Giulio)
Voor een overnachting in Orta is dit budgetvriendelijke hotel een uitstekende keuze. Piccolo Hotel Olina is een comfortabel pension in het historische centrum van Orta San Giulio, op slechts een steenworp afstand van de oever van het meer. Het is gevestigd in een liefdevol gerestaureerd middeleeuws gebouw, waardoor je een authentieke lokale sfeer ervaart. De kamers zijn eenvoudig maar gezellig, en een gratis ontbijt is inbegrepen – perfect om energie op te doen voor een dag vol ontdekkingen. Als je hier verblijft, word je ondergedompeld in de rustige vroege ochtenden en avonden van het dorp, wanneer de dagjesmensen zijn vertrokken en Orta op zijn meest magisch is.
Orta San Giulio mag dan klein zijn, maar het laat een grote indruk achter. Of je nu door de met geraniums versierde geplaveide steegjes slentert, luistert naar de kerkklokken die over het water weerklinken, of bij zonsopgang de mist over het meer ziet rollen: het is moeilijk om niet verliefd te worden op deze plek. Geen wonder dat het tot „i borghi più belli d’Italia“ – de mooiste dorpjes van Italië – wordt gerekend. Als je snakt naar een rustiger tempo en inspiratie aan het meer, zet Orta dan op je lijstje – het is een verborgen Italiaanse schat die bijna aanvoelt als je eigen geheime ontdekking.
Otranto, Apulië – Het meest oostelijke toevluchtsoord met turquoise zeeën

Door de zon verbleekte vestingmuren, het turquoise water van de Adriatische Zee en een mix van culturen kenmerken Otranto, een juweeltje op het schiereiland Salento in de ‘hiel’ van Italië. Otranto is officieel de meest oostelijke stad van Italië – de plek waar de eerste zonsopgang van het land te zien is. Deze kuststad heeft door de eeuwen heen Griekse, Romeinse en Turkse veroveraars gekend, en vandaag de dag stralen de witgekalkte oude binnenstad en de waterkant een unieke mix van geschiedenis en ongedwongen kustcharme uit. Wandel over de vestingmuren en je kijkt uit over het helderblauwe Kanaal van Otranto, met Albanië dat op een heldere dag vaag zichtbaar is aan de overkant van de zee. Ondanks zijn historische betekenis (de middeleeuwse kathedraal van Otranto herbergt betoverende mozaïeken en een sober heiligdom voor martelaren) blijft het aangenaam rustig en wordt het veel minder bezocht dan de toeristische trekpleisters in het noorden. Met zijn kasteel, turquoise water en heerlijke visgerechten belichaamt Otranto het allerbeste van de charme van Apulië.
Locatie
De regio Apulië (Puglia), in het diepe zuiden. Otranto ligt aan de Adriatische kust, op het puntje van de ‘hiel’ van Italië. Het ligt ongeveer 50 km ten zuidoosten van Lecce. Capo d’Otranto, net buiten de stad, is het meest oostelijke punt van Italië (aangegeven door een vuurtoren bij Punta Palascìa).
Hoe kom je er
De dichtstbijzijnde stad is Lecce. Vanaf het treinstation van Lecce kun je een lokale trein naar Otranto nemen (ongeveer 1,5 uur) of een snellere regionale bus (ongeveer 1 uur), aangezien Otranto aan een zijspoorlijn ligt. Als je met de auto gaat, is het ongeveer 40 minuten rijden vanaf Lecce. In de zomer rijden er handige pendelbussen tussen Otranto en andere badplaatsen in Salento. Eenmaal in Otranto kun je alles te voet doen – van het kasteel naar het strand is het slechts 10 minuten lopen.
Wat is er te doen?
Het kasteel van Otranto en de oude binnenstad: Bezoek het Aragonese kasteel dat de haven bewaakt – de dikke stenen muren en de gracht hielden ooit de Ottomaanse troepen tegen. Tegenwoordig kun je over de wallen lopen voor een uitzicht op de haven en de tentoonstellingen binnen verkennen (in het kasteel worden vaak kunst- of geschiedenistentoonstellingen gehouden). Dwaal door het doolhof van steegjes in de oude binnenstad, omzoomd door witte stenen gebouwen en winkeltjes van lokale ambachtslieden. Je vindt er van alles, van handgemaakt aardewerk tot kraampjes waar taralli-koekjes en olijfolie worden verkocht. Vergeet niet een kijkje te nemen in de 11e-eeuwse kathedraal van Otranto – de hele vloer bestaat uit een gigantisch middeleeuws mozaïek met afbeeldingen van de Levensboom en mythische verhalen.
Baia dei Turchi: Net ten noorden van de stad ligt de „Baai van de Turken“, een prachtige strandbaai waar volgens de legende in 1480 Ottomaanse Turken aan land gingen. Het is een wit zandstrand omringd door dennenbossen en kliffen. Het water heeft hier een ongelooflijke blauwgroene tint die niet onderdoet voor welk tropisch paradijs dan ook. Je moet er met de auto of een shuttlebus naartoe (ongeveer 8 km van Otranto), maar het is de moeite waard – de sfeer is ongerept en het water is kristalhelder om in te zwemmen.
Boulevard: Ga ’s avonds samen met de lokale bevolking wandelen langs de boulevard van Otranto. Terwijl de zon ondergaat boven de Adriatische Zee, kleurt de lucht roze en gloeien de historische muren goudkleurig. Stop even voor een gelato of een caffè leccese (espresso met ijs en amandelmelk) bij een terrasje. De sfeer is levendig maar niet overvol – het perfecte moment om de ontspannen kustsfeer van Otranto op je in te laten werken.
Budget-tip
Otranto en de omliggende regio Salento zijn aangenaam budgetvriendelijk. Veel van de leukste activiteiten (zwemmen, slenteren door de oude binnenstad, kerken bezoeken) zijn gratis. Voor goedkope hapjes kun je op zoek gaan naar pucce – de gevulde broodjes uit Puglia – of verse visbeignets die vanuit straatkraampjes worden verkocht. Reizen met het openbaar vervoer bespaart je geld: de lokale Sud Est -treinen en -bussen van Lecce naar Otranto kosten slechts een paar euro en stellen je in staat om bezienswaardigheden te bezoeken zonder een auto te hoeven huren. Als je in Lecce verblijft (een grotere stad met meer hostels) en een dagtrip naar Otranto maakt, kun je op accommodatiekosten besparen en toch overdag van het strand genieten.
Waar te verblijven in de buurt – Urban Oasis Hostel (Lecce)
Lecce, het barokke ‘Florence van het Zuiden’, is een ideale uitvalsbasis om de verborgen pareltjes van Apulië, zoals Otranto, te verkennen. Urban Oasis Hostel is het eerste echte backpackershostel in de regio en een favoriet onder reizigers. Het is gevestigd in een charmant gebouw in Liberty-stijl in het centrum van Lecce, op slechts 500 m van het treinstation en de belangrijkste bezienswaardigheden. Het hostel doet zijn naam eer aan met een binnentuin van 400 m² vol fruitbomen en hangmatten – een echte oase in de stad! Binnen vind je een volledig uitgeruste keuken, een chill-outlounge en supervriendelijke eigenaren die graag lokale tips delen. Bussen naar Otranto en andere stranden vertrekken vlakbij, waardoor het een perfect startpunt is voor avonturen in Salento. Dankzij de gezellige sfeer kun je hier misschien zelfs vrienden vinden om samen naar verschillende stranden te trekken. Kortom: het is schoon, ontspannen en uitstekend gelegen om Puglia op een budget te verkennen.
Otranto ligt dan wel in het uiterste oosten van Italië, maar belichaamt zoveel van wat Puglia zo bijzonder maakt: een rijke geschiedenis, een mix van culturen en ongerepte schoonheid aan zee. Als je op de stadsmuren staat en de Adriatische Zee zich uitstrekt tot aan de horizon, heb je echt het gevoel dat je aan de grens van Italië bent – waar elke zonsopgang boven de zee een nieuw avontuur inluidt. Als je op zoek bent naar een mix van cultuur en strandplezier met een fractie van de gebruikelijke toeristen, dan is Otranto de plek voor jou.
Tropea, Calabrië – Stranden op kliffen aan de Kust van de Goden

Tropea, spectaculair gelegen op een klif boven de Tyrreense Zee, is een zonovergoten kustplaatsje in Calabrië dat pure ontzag wekt. Tropea , vaak de „Parel van Calabrië“ genoemd , heeft oogverblindend witte zandstranden en water dat zo blauw is dat het de Malediven evenaart. Toch bleef dit juweeltje jarenlang opmerkelijk genoeg buiten het zicht van de meeste internationale toeristen en was het vooral bekend bij Italianen en avontuurlijke reizigers. Het ansichtkaartbeeld van Tropea is het historische centro storico, hoog op de kliffen gelegen, met een goudkleurig zandstrand en het klooster Santa Maria dell’Isola op een rotspilaar in de zee eronder. Overdag kun je luieren op de stranden of snorkelen in heldere baaien; ’s avonds kun je door de levendige steegjes van de oude binnenstad slenteren, waar restaurants de zoetste rode uien (een lokale specialiteit) en de traditionele pittige ‘nduja-pasta serveren. Dit is het hart van de ‘Kust van de Goden’ (Costa degli Dei) in Calabrië – en als je de zonsondergang in Tropea ziet, begrijp je meteen waarom deze kust deze naam heeft gekregen.
Locatie
De regio Calabrië, in Zuid-Italië. Tropea ligt aan de kust van de Tyrreense Zee, ongeveer halverwege de ‘teen’ van de Italiaanse laars. Het ligt ongeveer 70 km ten westen van Lamezia Terme (het dichtstbijzijnde grote treinstation en vliegveld). De stad ligt bovenop kliffen die steil naar de zee afdalen, met een panoramisch uitzicht op de Eolische Eilanden (waaronder de vulkaan Stromboli op heldere dagen).
Hoe kom je er
Tropea is per trein bereikbaar via de regionale lijn die langs de westkust van Calabrië rijdt. Vanaf station Lamezia Terme Centrale is het ongeveer 1 uur en 40 minuten reizen met de trein (de trein slingert langzaam maar schilderachtig langs de kust). Met de auto is het 1,5 uur rijden vanaf de luchthaven van Lamezia. Eenmaal in Tropea kun je overal in de stad naartoe lopen. Om bepaalde afgelegen stranden of uitkijkpunten te bereiken, volstaat een lokale bus of een korte wandeling – het hoofdstrand ligt direct onder het stadscentrum.
Wat is er te doen?
Strandgenot: Breng een dag door op Spiaggia della Rotonda, het belangrijkste strand van Tropea, genesteld onder de kliffen. Het zand is poederwit en het water is turkoois en kristalhelder. Je kunt parasols huren of gewoon je handdoek neerleggen. Voor een rustigere plek loop je iets verder naar Spiaggia del Convento of Michelino Beach (in het naburige dorp Parghelia) – beide bieden diezelfde Caribisch-blauwe zee met minder mensen. Snorkelaars zullen genieten van de kleine grotten en riffen vol vissen (snorkeluitrusting kun je zelfs voor een paar euro huren).
Santa Maria dell’Isola: Bezoek de iconische kloosterkerk van Tropea, gelegen op een ruige rots die door een strook strand van de stad wordt gescheiden. Beklim de trappen naar dit eeuwenoude benedictijnse heiligdom en geniet van het 360°-uitzicht op de huizen op de kliffen van Tropea en de eindeloze zee. De kerk is eenvoudig, maar de tuinen en vergezichten zijn spectaculair – het is het perfecte uitkijkpunt voor foto’s.
De oude binnenstad van Tropea: Verken ’s avonds het Centro Storico, gelegen op de klif. Slenter over de Corso Vittorio Emanuele (de hoofdstraat) naar het schilderachtige uitkijkpunt aan het einde – een populaire plek waar iedereen bij zonsondergang samenkomt om de zonsondergang boven de zee te bewonderen. Duik de zijstraatjes in om ambachtelijke boetiekjes en gelateria’s te ontdekken. Tropea staat bekend om zijn rode uien, dus probeer eens gerechten waarin ze verwerkt zijn, zoals de zoete uienmarmelade of uienijs (ja, dat bestaat echt!). Geniet van een diner in een door een familie gerunde trattoria – Calabrische specialiteiten zijn onder andere pasta met zwaardvis en pittige ‘nduja-worst op brood. De sfeer is gezellig en authentiek Zuid-Italiaans.
Budget-tip
Tropea biedt adembenemende uitzichten voor een backpackersbudget. De openbare stranden zijn gratis en op de markt in de stad kun je voor slechts een paar euro picknickspullen kopen (sappig lokaal fruit, kaas, salami en vers brood) voor een lunch aan zee. Vermijd de Italiaanse vakantiemaand augustus, wanneer de prijzen (en de drukte) het hoogst zijn – in juni of september vind je lagere kamerprijzen en volop ruimte op het strand. Als je met de trein komt, houd er dan rekening mee dat het station van Tropea in de stad ligt – je kunt naar je accommodatie lopen, dus je hebt geen dure taxi nodig. En wat vervoer betreft: treinen zijn een betaalbare manier om andere kustplaatsjes te verkennen als je wat langer blijft.
Waar te verblijven – Pangea Tropea (Tropea)


Tropea verwelkomt tegenwoordig graag budgetreizigers, en Pangea Tropea Hostel is een uitstekende keuze. Het ligt op slechts een korte wandeling van zowel het historische centrum als het strand, perfect gelegen tussen beide in. Dit hostel wordt geprezen om zijn vriendelijke sfeer – er is een lounge op het terras aan de voorzijde waar reizigers samenkomen om een praatje te maken of te genieten van de Calabrische zon. Elke slaapzaal heeft hier een eigen badkamer (een leuk pluspunt!) en privacygordijnen aan de stevige stapelbedden voor een goede nachtrust. Er is zelfs een gemeenschappelijke keuken met zitplaatsen in barstijl, zodat je kunt koken en tijdens het avondeten een praatje kunt maken met andere gasten. De eigenaar organiseert vaak leuke extra’s, zoals het verhuren van snorkelspullen om de riffen van Tropea te verkennen. Met gratis wifi en gratis parkeren maakt Pangea Tropea het gemakkelijk om lekker te ontspannen en te genieten van la dolce vita. Het voelt minder als een hostel en meer als een klein strandhuisje dat je deelt met nieuwe vrienden.
Tropea belichaamt de aantrekkingskracht van de verborgen pareltjes van Italië: een adembenemende locatie, authentieke lokale cultuur en dat opwindende gevoel van ontdekking. Het is geen wonder dat bezoekers het vaak het best bewaarde geheim van Italië noemen. Of je nu in de straatjes met balkons bent of aan de glinsterende kust, Tropea blijft ‘het toonbeeld van rust en ongerepte charme’, een plek die bij elke zonsondergang harten verovert. Als je droomt van een Italiaans strandstadje dat nog niet is aangetast door het massatoerisme, dan wacht Tropea op je – en het zou wel eens het hoogtepunt kunnen zijn van je reis langs de minder bereisde wegen.
Klaar om je eigen verborgen pareltjes in Italië te ontdekken?
Van noord tot zuid is Italië bezaaid met minder bekende wonderen – en nu heb je alvast een voorproefje van een paar daarvan. Het bezoeken van deze plekken beloont je met een persoonlijker, authentieker avontuur (en je kunt er flink over opscheppen dat je de geheimen van Italië hebt ontdekt die niet in de reisgidsen staan!). Het mooiste is dat reizen buiten de gebaande paden in Italië heel goed mogelijk is: lokale treinen en bussen rijden naar de meeste plaatsen, en zelfs in kleine dorpjes vind je gastvrije accommodaties (ja, je kunt op de meeste van deze locaties gemakkelijk een hostel of budgethotel boeken via Hostelworld of soortgelijke sites). Bovendien zijn Italianen vriendelijk en trots om hun lokale cultuur te delen – misschien word je wel uitgenodigd voor een dorpsfeest of geniet je van zelfgemaakte gelato-smaken die je je nooit had kunnen voorstellen.
Voordat je je koffers pakt, nog een paar laatste tips. Leer een paar Italiaanse zinnetjes – in rustigere gebieden spreekt niet iedereen Engels, maar een simpel ‘buongiorno’ en ‘grazie’ helpen al enorm om het ijs te breken. Omarm het rustigere tempo: op veel van deze plekken wordt ’s middags nog steeds de siësta in acht genomen (winkels sluiten zodat iedereen kan ontspannen), en rijdt het openbaar vervoer mogelijk volgens een beperkte dienstregeling – maar dat hoort allemaal bij de charme. Door een beetje vooruit te plannen en flexibel te blijven, zul je merken dat het bereiken van deze verborgen hoekjes al de helft van het plezier is.
Houd ten slotte een open geest en laat je leiden door je nieuwsgierigheid. Misschien stuit je wel op je eigen verborgen pareltje – een piepklein gehuchtje of een afgelegen baai – dat in geen enkel artikel wordt genoemd. Italië weet je te verrassen wanneer je het het minst verwacht. Dus ga je gang – neem de weg die minder bewandeld wordt. Of je nu uitkijkt over een stil bergmeer in Piemonte of samen met de lokale bevolking lacht op een Calabrische avondmarkt, je creëert reisherinneringen die uniek van jou zijn. En als je onderweg een plek nodig hebt om te overnachten of medereizigers wilt ontmoeten, vergeet dan niet om op Hostelworld te kijken voor toffe hostels in alle uithoeken van Italië – het is alsof je een vriend hebt die alle leuke plekjes al voor je heeft uitgezocht. Buon viaggio en veel plezier met ontdekken!
Download de Hostelworld-app om nu te beginnen met boeken
FAQ: Hidden Gems in Italy
Which Italian city is called the “Sleeping Beauty” and why?
The city of Mantua (Mantova) is nicknamed La Bella Addormentata, or “Sleeping Beauty,” because it’s often bypassed by visitors despite its beauty. Mantua has changed so little over the centuries that it feels frozen in time – its medieval and Renaissance architecture is perfectly preserved, and it’s surrounded by lakes that historically protected it from expansion. Italians love it for its rich art and food scene, and travelers who do visit are amazed that such a gem has so few tourists.
Where can I go in Italy for beautiful beaches without the crowds?
Southern Italy and parts of Sardinia/Sicily have gorgeous beaches with fewer tourists. Tropea in Calabria is a prime example – it has Caribbean-quality white sands and turquoise waters with far fewer crowds than, say, the Amalfi Coast. The Gargano Peninsula in Puglia (like Vieste and Peschici) or Maratea in Basilicata are also known for clear seas and uncrowded beaches. Even in popular regions, there are “secret” beaches – for instance, Baia dei Turchi near Otranto offers a pristine cove where you might only share the view with locals.
What is the “Coast of the Gods” in Italy?
The “Coast of the Gods” (Costa degli Dei) refers to a stunning stretch of coastline in Calabria along the Tyrrhenian Sea, roughly between Pizzo and Nicotera – with Tropea at its heart. It earned this name for its dramatic scenery: towering coastal cliffs, crystal-clear blue waters, and powdery beaches. Along this coast, you’ll find not only Tropea but also Capo Vaticano (known for panoramic clifftop views and snorkeling) and charming villages overlooking the sea. It’s one of Italy’s best-kept secrets for beach lovers.
Is it safe to travel to these offbeat places in Italy, especially solo?
Generally yes – Italy’s hidden gem destinations are quite safe for travelers, including solo female travelers. Violent crime is very rare in small towns and rural areas. You might need to take the usual precautions (keep an eye on your belongings, especially in transit hubs or busy markets), but locals are often friendly and look out for visitors. Many solo travelers report feeling welcomed in small Italian towns. It’s not uncommon for locals to strike up a conversation out of curiosity or offer help if you look lost. Use basic common sense and you should have a very safe and pleasant experience.
How can I get to these hidden gems without a car?
It’s doable! Italy has an extensive train and bus network. For example, you can reach Mantua by train from major cities (e.g. direct from Milan or Verona), Camogli by regional train from Genoa, Orta San Giulio via train+bus from Milan, Otranto by train or bus from Lecce, and Tropea by train from Lamezia Terme. It may take a bit longer and require a transfer here or there, but public transit is reliable in these areas. Once you arrive, most of these towns are small enough to explore on foot. For more remote spots like certain beach coves or national parks, you might join local tours or use regional buses. Planning with apps like Trenitalia and checking local bus schedules (which are often available at tourism offices) will help you navigate without a car.
Are there hostels or affordable accommodations in less-touristy Italian towns?
Yes, many smaller or offbeat destinations now have at least one hostel, guesthouse, or budget B&B. Hostelworld, for instance, lists accommodations in places you wouldn’t expect – you can find hostels in towns like Tropea, Lecce (for exploring Salento), even a hostel/inn in Mantua’s center. While you won’t find a dozen hostels in a tiny village, there’s often a family-run inn or an official youth hostel. Additionally, agriturismi (farm stays) and B&Bs are common in rural Italy and can be very affordable, offering a local experience. It’s wise to book ahead during peak season since budget accommodations in small towns can be limited and fill up with savvy travelers.
What is one of the most beautiful villages in Italy that most people don’t know about?
Orta San Giulio on Lake Orta is frequently cited as one of Italy’s most beautiful villages and still flies under the radar of most international tourists. It’s part of the official “Borghi più belli d’Italia” list (most beautiful villages in Italy). With its lakeside charm, medieval lanes, and an island monastery, Orta captivates those who visit. Other lesser-known beauties include Borghetto sul Mincio in Veneto (with water mills and flower-decked bridges), San Leo in Emilia-Romagna (a hilltown with a fortress), and Castelmezzano in Basilicata (dramatically set in mountain peaks). These villages are incredibly picturesque and offer a tranquil atmosphere compared to famous tourist towns.
When is the best time to visit Italy’s hidden gems?
Shoulder seasons – spring (April-May) and fall (September-October) – are often ideal. During these times, the weather is generally pleasant (mild or warm, depending on the region) and the crowds are minimal. For example, late May in the south lets you swim in the sea before the summer rush, and September in the north still enjoys sunshine but with fewer tour groups around. Summer is livelier and fantastic for beach towns like Tropea or Otranto, but keep in mind Italians take vacations in August, so even “hidden” spots can be busier then (and very hot). Winter can be magical for certain gems – imagine seeing towns like Mantua or Orta with holiday lights or a dusting of snow. However, in off-season some smaller B&Bs or attractions might have limited hours. Overall, late spring and early fall hit the sweet spot for good weather, full services, and thin crowds across most of these destinations.
Are these offbeat destinations cheaper than the popular tourist cities?
Usually, yes. In less-touristy areas of Italy, prices for food, lodging, and activities tend to be lower. You’ll find that a meal in a trattoria in Calabria or a coffee in a Lombardy village is cheaper than in central Rome or Venice. Museum or site entry fees, if any, are often just a few euros. For instance, you might pay under €5 to tour a castle or historic church in a small town, versus €15-20 for big city museums. Accommodation is where you can save a lot: local guesthouses or hostels in these areas offer great value (often under €30 a night for a hostel bed, or budget private rooms in the €50–70 range), which is much less than hotels in Florence or the Amalfi Coast. Transportation, if you’re using regional trains/buses, is also very affordable (a few euros per ride). So, exploring hidden gems isn’t just rewarding culturally – it can be done on a tight budget, making your travel funds stretch further.
How can I find out about local festivals or events in these small towns?
Many Italian towns host wonderful local festivals (sagre) celebrating everything from patron saints to local foods, and stumbling upon one can be a highlight of your trip. To find them, you can check the town’s official website or tourism board page (often in Italian, but translate tools help). Look for a section like “Eventi” or “Manifestazioni.” Additionally, ask locals or your hostel/B&B hosts – they’re usually excited to share info on upcoming events. Some nationwide websites (e.g., italiainfo or region-specific tourism sites) compile festival dates by region. For example, if you’re in Puglia, a quick search for “sagre Puglia June” might show if there’s an olive oil or seafood festival near Otranto. Keep an eye out for posters in the town squares too. Being in the know about a local festival – say a food fair celebrating Tropea’s famous onions or a historical pageant in Mantua – can add an unforgettable authentic touch to your journey.
Will I need to know Italian to visit these offbeat places?
While basic English is spoken in tourist-facing spots (hotel desks, some restaurants) even in small towns, knowing a bit of Italian helps a lot. In hidden gem areas, many locals may not speak much English, so learning greetings and a few key phrases is worthwhile. Italians are generally warm and patient with visitors, and even if there’s a language barrier, they’ll often try to communicate through gestures (or find someone who can translate). A pocket phrasebook or a translation app can be handy. If you learn how to say things like “One train ticket to Tropea, please” (Un biglietto per Tropea, per favore) or “Where is the bus stop?” (Dov’è la fermata dell’autobus?), you’ll navigate more smoothly. That said, numerous solo travelers with little Italian have managed – through smiles, pointing at maps, and the universal language of friendliness. Don’t let lack of Italian fluency deter you; just be prepared to get creative in communication and you’ll be fine.
Can I use public transportation within these small towns, or will I need to walk?
In nearly all of these hidden gem towns, the historic centers are compact and best explored on foot. For example, Mantua, Camogli, Orta, Otranto, Tropea – each of these can be walked end-to-end in 20 minutes or less. In fact, cars are restricted in many old towns. Public transportation within the town itself is often minimal because you typically don’t need it. However, to reach outlying attractions (like beaches a few kilometers away or hilltop viewpoints), there might be local buses or shuttles. For instance, a summer shuttle runs from Tropea’s town to Capo Vaticano’s beaches; Orta has a tourist mini-train in peak season that goes around the area. If you enjoy walking, you’ll find it easy to get around. For anything further, taxis are an option (though can be pricey in rural areas) – better yet, some hostels organize group trips or shuttles to nearby sights. Renting a bicycle is another fun way to explore surroundings in places like Mantua (which has bike paths by the lakes) or along the coast near Otranto.
What should I pack for visiting offbeat Italian destinations?
Pack for variety and versatility. Comfortable walking shoes are a must, since you’ll likely be strolling cobbled streets, hiking up to castles or through nature paths. If you’re visiting coastal gems like Tropea or Otranto, bring swimwear, a quick-dry towel, and sandals for the beach. For hilltowns and northern areas like Orta or Mantua, a light jacket or sweater for cooler evenings is wise (even in summer, it can get breezy by a lake or in mountains). Sun protection (hat, sunscreen) is important – southern sun can be strong and even up north you’ll spend time outdoors. Since some hidden spots don’t have ATMs readily available in every corner, carry a bit of extra cash (euros) just in case; small family-run trattorias or market stalls might be cash-only. Don’t forget a day pack for water and snacks during explorations, and perhaps a phrasebook. Lastly, pack an open mind and a spirit of adventure – it sounds cliché, but that’s truly the “gear” you need most for discovering hidden gems!
How do I say “hidden gem” in Italian (just for fun)?
There’s not a direct literal translation that Italians use for travel spots, but you could say “un tesoro nascosto” which means “a hidden treasure.” For example: “Tropea è un tesoro nascosto d’Italia.” – Tropea is a hidden treasure of Italy. Another way is “perla nascosta” (hidden pearl), as locals might call an underrated town a pearl to signify its beauty (indeed Tropea is often called the “Pearl of Calabria”). Using these phrases might even earn you an impressed smile from an Italian, recognizing that you’ve gone off the beaten path to find their local tesori!





